Het belang van calciumsynergisten
De aanwezigheid van calciumsynergisten in een calciumsupplement garandeert de veiligheid en werkzaamheid van het calciumpreparaat. De calciumabsorptie vanuit dunne darm is immers afhankelijk van voldoende inname van vitamine D en magnesium. Magnesium is ook belangrijk in de activatie van vitamine D. De juiste verdeling in het lichaam is mede afhankelijk van voldoende vitamine K2. Kortom: bij calciumsuppletie is het belangrijk om te voorzien in voldoende inname van calciumsynergisten.
Vitamine D3
Vitamine D heeft een directe en indirecte werking op de gezondheid van de botten.
Vitamine D verhoogt de intestinale opname van calcium, de renale reabsorptie en maakt calcium vrij uit het bot. Vitamine D regelt ook PTH synthese via een negatief feedbacksysteem. Vitamine D heeft eveneens ook een diepgaand effect op de bot – en spierkracht.
Vitamine K2
Vitamine K2 (of MK-7 of menaquinon-7) carboxyleert matrix-Gla, dat verkalking van slagaders tegengaat, en osteocalcine, dat zorgt voor botmineralisatie. Daarenboven stimuleert vitamine K2 ook de aanmaak van osteocalcine. Vitamine K2 kent ook een effect op osteoclasten en osteoblasten.
De huidige aanbevelingen rond ADH (aanbevolen dagelijkse hoeveelheid) houden geen rekening met andere functies van vitamine K naast het activeren van stollingsfactoren. De optimale dagdosering van vitamine K2 per dag ligt tussen 90 en 180 mcg.
Magnesium
Calcium en magnesium worden idealiter ingenomen in een verhouding 2:1. Een te hoge calcium-magnesiumratio is in verband gebracht met een grotere kans op hart- en vaatziekten, kalkafzetting in zachte weefsels en verhoogt mogelijk de kans op metabool syndroom, diabetes type 2 en colorectaal kanker. Magnesium en calcium zijn elkaars tegenpolen. Voor een normale calciumstofwisseling moet het lichaam over voldoende magnesium beschikken. Magnesium kent directe en indirecte effecten op het botmetabolisme.
Magnesiumtekorten kan het bot direct beïnvloeden door effecten op structuur en cellen van het skelet. Magnesiumtekort vermindert de botstijfheid, verhoogt het aantal osteoclasten en vermindert de groei van osteoblasten.
Magnesium is nodig voor de activiteit van hepatisch 25-hydroxylase en renale 1α-hydroxylase, beide cruciaal om vitamine D om te zetten in zijn biologisch actieve vorm 1,25 (OH)2D3, en ook om de overdracht van vitamine D naar doelweefsels te vergemakkelijken via het vitamine D-bindende eiwit. Aan de andere kant is magnesium ook betrokken bij de inactivatie van vitamine D, die nodig is voor de activiteit van het renale 24-hydroxylase.
Kortom: Alle enzymen die vitamine D metaboliseren, lijken magnesium nodig te hebben, dat fungeert als een cofactor in de enzymatische reacties in de lever en nieren. Het is daarom essentieel om ervoor te zorgen dat de aanbevolen hoeveelheid magnesium wordt geconsumeerd om de optimale voordelen van vitamine D te verkrijgen.
Indirect werkt magnesium ook via PTH: Een andere complexe relatie treedt op tussen magnesium en bijschildklierhormoon (PTH), en dus indirect tussen magnesium en calcium. PTH wordt uitgescheiden door bijschildklieren als reactie op een laag niveau van serumcalcium en hoge of lage PTH-niveaus kunnen leiden tot calciumontregeling en botziekte. Magnesium is essentieel voor het functioneren van de bijschildklier en de afgifte en synthese van PTH.
Daarnaast bevordert een tekort aan magnesium ontstekingen en er bestaat een relatie tussen botverlies en ontstekingen.
Vitamine C
Vitamine C is een cofactor voor synthese van collageen en verhoogt de differentiatie van osteoblasten. Doordat vitamine C ontstekingsremmend is en oxidatieve stress vermindert, gaat vitamine C ook botresorptie van osteoclasten tegen.
Zink
Een hoge calciuminname kan behoefte aan zink verhogen. Zink is een belangrijk component van het bot en bij de aanmaak van het bot. Zink is niet alleen een onderdeel van bot (het grootste deel van het zink in het menselijk lichaam wordt opgeslagen in de botten), maar ook een essentiële cofactor van veel eiwitten die betrokken zijn bij microstructurele stabiliteit en botremodellering. Aan de ene kant stimuleert zink osteoblasten, activeert het de processen die leiden tot de vorming van botweefsel en bevordert het de productie van collageen; aan de andere kant remt het de botresorptieprocessen die door osteoclasten worden uitgevoerd.